full screen background image


Publicaties


- Mei/juni 2015 Artikel in De Kunstkrant. Informatiekrant voor beeldende kunst.


Jan van Schoonhoven schreef het onderstaande artikel


Jantina Peperkamp (1968) is een realistisch portrettist, haar werk heeft een bijzonder en herkenbaar karakter dat mede wordt bepaald door een kwetsbaar ogende verfijning in de techniek die zij zelf heeft ontwikkeld. Zoekend naar de ware essentie in haar modellen stuit zij vaak op zichzelf.


Op weg naar kunstschilder Jantina Peperkamp wordt het landschap bepaald door meanderende dijken, boomgaarden en veel groen. Zij woont in het gemoedelijke Land van Maas en Waal, ooit zo kleurrijk bezongen door Boudewijn de Groot. Het karakteristieke dijkhuisje van Peperkamp wordt ook wel het kleinste in de regio genoemd en is in de afgelopen jaren met veel oog voor detail opgeknapt. Er volgt een hartelijke ontvangst in een interieur dat zich het best laat omschrijven als Bohemien. Ondanks de opvallende stijlbreuken (Naast een antieke Chinese kast staat een art nouveau beeld) vormt het een genoeglijk geheel en ik kijk mijn ogen uit.


Deze zomer organiseert de kunstschilder voor het eerst een open huis, tuin én atelier expositie. Ze is enthousiast, hoopt dat kunstliefhebbers een zo intiem kijkje in haar persoonlijke habitat zullen weten te waarderen. Dit is immers de omgeving waar zij tot haar bijzondere portretten komt.


De stijl van Jantina Peperkamp laat zich onmiskenbaar scharen onder het realisme, toch wil zij hier enige afstand van nemen. Wat zij toont is een parallelle werkelijkheid, een inkijkje in haar persoonlijke belevingswereld. Een wereld waar haar huis en atelier getuigen van zijn. “Soms vermoed ik dat ik anders naar het leven kijk dan anderen” zegt zij haast terloops.


Tijdens ons gesprek blijkt Peperkamp vol te zitten met allerlei anekdotes en verwondering over haar zelf ontwikkelde talent en verteld daar smakelijk over terwijl we richting haar atelier wandelen. Deze werkplek achter in haar tuin is nog kleiner dan het huis maar het grote raam op het Noorden biedt precies het goede licht en de kunstenares heeft voldoende aan een klein werkblad. Aan de muren zijn foto’s en inspiratiemateriaal geprikt en een flinke hoeveelheid uitnodigingen die een mooi overzicht tonen van Peperkamp’s activiteiten van de afgelopen jaren. Ze verhaalt over haar inspiratie-op-de-valreep methode, de 7 kleuren die ze gebruikt en de vele dunne lagen verf die haar schilderijen hun kwetsbaarheid meegeven. Ze toont mij een bezielde vrouw vol wonderlijke denkbeelden en inspiratie. Een ontmoeting die ik niet snel zal vergeten.




- September 2013 "Realisten 2013" Boekuitgave als vast onderdeel van de Jaarlijkse Onafhankelijke Realisten Tentoonstelling bij Museum Møhlmann. Voor dit boek schreef ik onderstaande column:


Graag wil ik u iets vertellen over mijn belevenissen van het afgelopen half jaar. Het is een wonderlijke periode geweest aangaande mijn persoonlijk ontwikkeling en dit wil ik graag met u delen.


Geheel volgens de gangbare beeldvorming rondom kunstenaars trek ik mij graag vaak en langdurig terug in mijn atelier om daar ongestoord en geconcentreerd te werken aan mijn schilderijen. Maar een mens kan ook overdrijven, zo heerlijk op mijn gemak in mijn eigen omgeving leefde ik het afgezonderde leven van een latente kluizenaar.


Indien hierop aangesproken had ik mijn excuus al klaar, mijn schilderijen zijn toch immers mijn contactmedium? Zij zijn mijn connectie met de buitenwereld, via mijn werk laat ik zien wie ik ben en waar ik voor sta, wat me bezighoudt en raakt. Heel persoonlijk. Wie mijn werk goed bekijkt kan aan de afbeelding perfect aflezen in welke stemming ik verkeerde tijdens het maken ervan.


Tot ik mij realiseerde dat bovenstaande gebaseerd is op eenrichtingsverkeer en dát kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Dus louter gekleed in stoute schoenen en een kleurig jurkje trok ik het land in. Op diverse kunstevenementen en vernissages stond ik, aanvankelijk nog wat wankel op die nieuwe schoenen, oog in oog met mijn medemens. Vele bijzondere ontmoetingen en inspirerende gesprekken later ben ik tot de conclusie gekomen dat mijn leven tegenwoordig voller en rijker is. Zoals een goede vriendin laatst zei: “Je bent uit je schulp gekropen door anderen in de ogen te kijken.” Zo goed passend bij mijn werk kan ik het zelf niet verwoorden!




- September 2012. Een paar van mijn schilderijen zijn opgenomen in het jubileumboek 50 jaar Mokum.


kaft mokum


- September/oktober 2012 Atelier nummer 160. 4 pagina's tellend artikel over mijn werk en mijn werkwijze.


cover atelier


- September 2012 "Realisten 2012" Boekuitgave als vast onderdeel van de Jaarlijkse Onafhankelijke Realisten Tentoonstelling bij Museum Møhlmann. Voor dit boek schreef ik onderstaande column:


Als portretschilder krijg ik regelmatig vragen over mijn modellen. Men is nieuwsgierig naar mijn dames en heren. Wie zijn ze? Hoe kom ik aan mijn modellen en wat zijn de criteria om mijn model te worden?


Ik zal een tipje van de sluier oplichten.


Ik heb graag mensen uit mijn directe omgeving voor de camera. Heel praktisch: ik vind het prettig wanneer mijn modellen snel beschikbaar kunnen zijn. Dus zoon, dochter of vrienden van hen, mensen uit het dorp of familieleden. Inmiddels een hele stoet: dochter, vriendin-van-dochter, zusje-van-vriendin-van-dochter, vader-van-vriendin-van-dochter, buurtmeisje, collega-kunstenaars etc.


Stuk voor stuk bijzondere mensen, soms vanwege hun uiterlijk maar vooral vanwege hun prettige uitstraling en karakter. Inmiddels zijn zo al heel wat mensen verschenen voor mijn camera en observerend oog. Ik ben nog altijd nieuwsgierig wat een sessie gaat brengen, vind het spannend. Ieder model is immers anders met een eigen inbreng en energie. Ik laat me graag verassen door wat er komen gaat, de bui van het model en de wisselwerking tussen ons, met mij als registrator.


Zusje-van-vriendin-van-dochter heet Mette, zij is mijn “Waternimf”. 3 zomers geleden heb ik voor het eerst met haar samengewerkt. Ze was toen 6 jaar, erg jong maar ze toonde zich meteen erg flexibel, bijna professioneel. Als Mette komt word ik altijd verrast, er gebeuren bijzondere dingen. Haar spontaniteit en levendigheid maken haar heel vrij en ze kent vanwege haar leeftijd weinig gene. De portretten die ik van haar maak neigen naar het surrealisme. Leuk!


Dochter Kira heeft model gestaan voor “Thalia”. Zij is met haar blonde haar en bleke huid een perfect model voor mijn etherische schilderijen. Ze heeft een afwezige en dromerige blik en een prachtige mond. Oogt ongrijpbaar. Kira weet bij iedere vraag die ik haar stel als model precies wat ik bedoel. Haar jarenlange poseerervaring heeft veel voordelen en onze samenwerking heeft tot aardig wat dierbare moeder-dochter momenten geleid.


En dan de spreekwoordelijke hamvraag. Is er een goede gelijkenis tussen model en portret? Als het moet kan ik een portret perfect laten lijken. Maar bij mijn vrije werk is dit niet het uitgangspunt. Graag speel ik met de elementen: ik vergroot ogen en/of oren, verander haar en/of oogkleur en speel met schaduwen vanwege het beoogde effect. Bepaalde details worden onder speciale aandacht gebracht, andere juist genegeerd. Het resultaat is een overtuigend portret, nét naast de waarheid. Het is een spel wat ik graag speel!




- September 2011 "Realisten 2011" Boekuitgave als vast onderdeel van de Jaarlijkse Onafhankelijke Realisten Tentoonstelling bij Museum Møhlmann. Voor dit boek schreef ik onderstaande column:


Inspiratie


Inspiratie is een lastig “ding”. Neem bijvoorbeeld dit stukje tekst. Ieder jaar een hele opgave. Met verf en penselen kan ik aardig uit de voeten, maar voordat ik wat woorden op papier heb…… Lastig dus.


Uit nieuwsgierigheid heb ik al met diverse collega’s gesproken over hun inspiratie en de bron ervan. Ik merk dan dat het zich moeilijk laat verwoorden, mijzelf lukt het ook maar nauwelijks. Dus wellicht dat ik de zinnen hieronder kan gebruiken om (in ieder geval waar het mijn eigen bezieling betreft) licht te scheppen in de spreekwoordelijke duisternis.


Rondom mij heen vragend ben ik al tot de conclusie gekomen dat ik, in ieder geval waar het mijn realistisch werkende vakbroeders betreft, een vreemde eend in de bijt ben. Zij beschikken stuk voor stuk over kasten vol notitie en schetsboeken met legio ideeën die hen in de loop van de jaren te binnen zijn geschoten. Wanneer zich een invallenluwte voordoet slaan zij zo’n boekwerkje open, maken een keuze en gaan aan de slag. Toen ik mijzelf als kunstenaar wat serieuzer begon te nemen heb ik ook eens zo’n boekje aangeschaft……..op een paar bladzijdes na is het nog steeds leeg.


Mijn tactiek: Ik doe aan inspiratie-op-de-valreep. Ik laat het aankomen op het allerlaatste moment. Dat werkt als volgt: Vandaag heb ik een schilderij afgerond. Morgen wil ik aan iets nieuws beginnen, maar ik weet in dit stadium nog niet wat ik zal gaan maken. Eng? ja hoor. Spannend? absoluut. Maar de redding is nabij. Deel van de oplossing schuilt in een beschikbaar model, wie is er morgen beschikbaar Kira? Lise? Niemand? In dat geval wordt het een zelfportret. Vervolgens laat ik het volledig aankomen op de dynamiek van het moment, de inval van het licht, wat er in en om huis voor handen is, de bui van mijn model of die van mijzelf als model of registrator. Ik verwacht een vonk en ik krijg hem altijd. Geweldig!


Voor mij is inspiratie de kunst van het durven toelaten. Als je erop vertrouwd komt de inspiratie altijd, het is een oefening in vertrouwen.




- September 2010 "Realisten 2010" Boekuitgave als vast onderdeel van de Jaarlijkse Onafhankelijke Realisten Tentoonstelling bij Museum Møhlmann. Voor dit boek schreef ik onderstaande column:


Ik ben een gelukkig mens!


Iedere morgen vertrek ik vroeg naar mijn atelier, geen wereldreis: hij staat achter in mijn tuin. In de winter doe ik het vaak letterlijk op mijn sloffen. Van het volgende half uur word ik doorgaans niet vrolijk maar wel wakker: Ik meng mijn verf. Dit moet iedere dag opnieuw, acrylverf droogt nu eenmaal snel. Hierna volgt het echte werk, ik ga schilderen. Mijn schilderijen worden opgebouwd uit vele dunne lagen die steeds gedetailleerder worden. Afhankelijk van de laag treft u mij aan met roller, dikke kwast, penseel of penseeltje. Te snel te fijn is ten strengste verboden: ik ben in staat een heel schilderij bij elkaar te ploeteren met een nr1 penseeltje, maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. Vooral in de zomer maak ik graag lange dagen: ik ben afhankelijk van daglicht en wil die optimaal benutten. In de winter ben ik derhalve minder fanatiek. Meestal werk ik gestaag en geconcentreerd door maar soms tuur ik even uit mijn raam (inderdaad, keurig op het noorden) en kijk naar de dijk en de mensen die daar voorbij wandelen. Er wordt veel gezwaaid in het Land van Maas en Waal.


In mijn atelier woont een andere Jantina dan in mijn huis, heel vreemd. Zij van het huis is een chaoot en een rommelkont, ze kan bij tijd en wijlen ontzettend lui zijn. Het deel van mij dat het atelier bevolkt is gedreven, ambitieus en… eenzaam. Want dat gebeurt, wist u dat? Schilderen is eenzaam en moeizaam, het is ploeteren. Het maken van kunst gaat altijd over jezelf, het moet vanbinnen uit komen, soms zelfs van heel ver. Stop! nog even en dit wordt een klaagzang en dat ligt niet in mijn aard. Wat ik schrijf is allemaal waar, maar er staat zoveel moois tegenover: Ik mag scheppen en u mag ervan genieten!


Ik ben een gelukkig mens!




- September 2009 "Realisten 2009" Boekuitgave als vast onderdeel van de Jaarlijkse Onafhankelijke Realisten Tentoonstelling bij Museum Møhlmann. Voor dit boek schreef ik onderstaande column:


Schilder van mensen


Tijdens een zoektocht naar het ware geluk en vooral rust in mijn vaak rusteloze leven ben ik terechtgekomen bij de realistische schilderkunst. Na een depressieve periode zorgt de kalmte en de regelmaat van het leven in het atelier voor de nodige stabiliteit.


Als autodidact is mijn talent voor mij een mysterie. Zonder te weten hoe en waarom kom ik tot mijn resultaat. Daarbij laat ik mij geheel leiden door mijn gevoel(ens). Ik maak nooit proefjes of extra schetsen en vertrouw er volledig op dat ik de problemen, die ik tegenkom tijdens het schilderen, adequaat het hoofd kan bieden. Dit diepgewortelde vertrouwen zorgt ervoor dat een schilderij altijd lukt. Dat is nogal wonderlijk, omdat ik in het dagelijks leven nogal onzeker kan zijn.


Het eindresultaat wordt in hoge mate bepaald door de energie die ontstaat tussen kunstenaar en model, waarbij de kunstenaar als waarnemer en registrator fungeert. De keuze voor een model wordt bepaald door de mate waarin ik mijzelf herken in deze persoon. Ik beschouw al mijn schilderijen als zelfportretten.


Het gaat bij mijn werk nooit om de persoon die wordt afgebeeld, maar om de emotie. De mensen op de portretten worstelen met hun gevoelens, hebben het soms niet gemakkelijk en dat kun je zien. De schilderijen krijgen hierdoor een emotionele beladenheid die heel voelbaar kan zijn, vooral als de kijker zichzelf herkent. Een diepere laag wordt zichtbaar, een surrealistische beleving.


Mijn schilderijen worden door verschillende kijkers verschillend geïnterpreteerd. Ik vind dit heel bijzonder en voel niet de behoefte mij in deze beleving te mengen. Een schilderij kan voor de een eindeloos verdriet uitstralen, terwijl de ander er juist hoop in vindt. Beide opvattingen zijn legitiem; het gaat hier immers om de gevoelens van de toeschouwer.


Als ik ten slotte toch iets over mijn eigen werk zou moeten zeggen, dan is het dat mij opvalt dat er altijd een bepaalde eenzaamheid, verlorenheid van uitgaat. Dit stop ik er niet bewust in, het gebeurt, maar ik kan het wel goed plaatsen.